IndexNieuwsHet BedrijfExport / HandelHengsten Ter DekkingHengsten Bij DerdenVerkoopTe huurLinksContactBeroepsprocedure Firo

  
 

Door de eigenaar van Stal Weytendael te Bruchem is een beroep ingesteld tegen een tweetal beslissingen van het Dagelijks Bestuur en in bezwaar bij het Algemeen Bestuur van het N.S.P.S. inzake de intrekking van de deklicentie m.i.v. 2009 van de hengst Firo van Brouwhuis.

Deze hengst is heeft een index die ruim boven 10 ligt en je zou denken, dat er dan geen intrekking kon plaatsvinden.
Tot onze verbazing gebeurde dit echter WEL.
Gezien de toe te passen reglementen is tegen die beslissing bezwaar en beroep aangetekend.
Wij willen U over het verloop van deze zaak op de hoogte houden en zullen alle ter zake doende zaken zodra dit mogelijk is hier publiceren.
 

BEROEPSCHRIFT

 

Ondergetekende, J. Jansma, handelende onder de naam “Stal Weytendael”, wonende te Bruchem, Nieuwstraat 7, 5314 BP, hierna te noemen EISER, stelt beroep in tegen de besluiten van 28 oktober 2008 en 4 december 2008 van respectievelijk het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van het Nederlands Shetlandponystamboek (N.S.P.S.) gevestigd te Zutphen, Nieuwstad 89, hierna te noemen VERWEERDER, inzake de intrekking van de deklicentie van de hengst FIRO VAN BROUWHUIS SB800817.

Overwegende, dat:

- De hengst is goedgekeurd voor de dekdienst in 1993, onder het vigerende fokplan, dat in 1992 is vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van het N.S.P.S.;

- In het eerdergenoemde fokplan bij de oorspronkelijke vaststelling in 1992 geen eindtermijn is gesteld voor wat betreft het voldoen aan de getalscriteria zoals gesteld in Richtlijnen I.

- In april 2002 een wijziging in het fokplan 1992 is aangebracht,waarin is opgenomen, dat “Na maximaal 4 jaar de situatie per hengst wordt beoordeeld. Ieder jaar wordt de index opnieuw berekend en aan de hand van de berekening wordt alsdan door de fokleiding een beslissing genomen” (A.L.V. 13-4-2002).

- Dat hiermede het goedkeuringstermijn kan worden bekort;

- Dat zulks evenwel niet kan gelden voor die hengsten, die tot en met 2002 zijn goedgekeurd onder het vigerende fokplan 1992;

- Dat zulk een wijziging slechts kan gelden voor hengsten die zijn goedgekeurd voor de eerste maal na de wijzigingsdatum, MEN KAN NIET DE SPELREGELS WIJZIGEN TIJDENS  DE WEDSTRIJD;

- Dat hengsten, die voor 2003 zijn goedgekeurd onder het fokplan 1992, dus niet onder de “bekortingsregel” kunnen vallen;.

- Dat door de hengstenadviescommissie bij de advisering deels is uitgegaan van onjuiste gegevens, hetgeen zijn weerslag vindt in de primaire beslissing van het Dagelijks Bestuur;

- Dat bij de primaire beslissing is uitgegaan van:”aantal dekkingen 2007 en 2008 voor beide jaren :0”, terwijl de juiste getallen waren: dekkingen 2007: 1, merrie is drachtig geëxporteerd naar Finland, dekkingen 2008:8;

- Dat de hengst nu weer in de belangstelling staat, daar hij voor 2008 en 2009 is verhuurd aan de heer C. Jansen te Moerstraten, die de verplichting op zich heeft genomen om de veulens etc. te tonen op de premiekeuringen, zodat de hengst alsnog aan zijn aantallen zal voldoen;

- Dat in “Richtlijnen I”is vermeld: “Indien 4 jaar na het afstammelingenonderzoek een onvoldoende aantal afstammelingen van de hengst zijn beoordeeld om duidelijkheid te verschaffen over de fokwaarde van de hengst, maar de hengst wel in de belangstelling van de fokleiding blijft staan, kan de deklicentie van de hengst telkens voor een jaar worden verlengd tot het moment, dat er een voldoende aantal nakomelingen zijn beoordeeld die een definitieve beslissing omtrent de deklicentie van de hengst rechtvaardigen. Voor hengsten waarvan, nadat ze uit een vierjarige termijn zijn gekomen, gedurende 4 jaar de deklicentie telkens voor 1 jaar werd verlengd, omdat ze niet aan de getalscriteria voldeden wordt na deze 4 jaar een tussenbalans opgemaakt. Van hengsten, die dan een berekende exterieurindex hebben die lager is dan 9,0 wordt de deklicentie niet langer meer gehandhaafd. Van Hengsten met een exterieurindex hoger dan 9 wordt de deklicentie voor 1 jaar verlengd. (dan volgt een deel, dat op de situatie van toepassing is op hengsten, die goedgekeurd zijn m.i.v. 2003;

- Dat de onderhavige hengst de eerste hengst is waar men afwijkt van deze regels:

  • Index boven 10 handhaven;

  • Index tussen 9 en 10 bespreken (in keuringsrichtlijnen staat zelfs handhaven (zonder uitzondering)

  • Exterieurindex onder 9 deklicentie intrekken

- Dat indien de beslissingen van het bestuur gehandhaafd blijven, zelfs sprake is van een onrechtmatige daad jegens eiser;

- Dat, resumerend: de hengstenadviescommissie op basis van deels onjuiste gegevens in het overzicht van de nakomelingen van FIRO VAN BROUWHUIS een advies tot intrekking van de deklicentie van deze hengst heeft afgegeven. (De hengst was juist weer in de belangstelling van de fokkers gekomen) Bovendien was de fokindex 10,57, dus ruim boven de vereiste 10.

- Dat het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur dit advies gevolgd hebben, waarbij zij voorbij zijn gegaan aan het feit,dat de wijziging in de keuringsrichtlijnen van 2002 voor deze hengst niet kunnen gelden en zij dus ten onrechte de deklicentie van deze hengst hebben ingetrokken m.i.v. 2009;

- Dat wanneer de onderhavige besluiten van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur gehandhaafd blijven er geen rechtsgelijkheid meer bestaat en de hengstenhouder in voorkomende gevallen afhankelijk is van willekeur.

CONCLUDEREND: 

EISER verzoekt aan U2 commissie om de VERWEERDER de verplichting op teleggen om het eindbesluit dd. 4 december 2008, zoals verwoord in de brief van 23 december 2008 te vernietigen en een nieuw besluit te nemen, waarin de deklicentie van FIRO VAN BROUWHUIS voor 2009 wordt gehandhaafd.

 

J. Jansma,                                             Met verschuldigde eerbied,

Nieuwstraat 7,

5314 bp Bruchem.

Tel:06-22976842                                  J. Jansma

 

 

 

VERWEERSCHRIFT

 

 

 

 

 

Conclusie van repliek op het verweerschrift van verweerder (N.S.P.S.)

 

 Eiser stelt in deze  conclusie van repliek het navolgende:

 Dat:

- Evaluatie en bijsturing van de regelgeving juist en noodzakelijk zijn, maar dat deze nooit en te nimmer een terugwerkende kracht kunnen hebben, tenzij dit bij de aankondiging  van aanpassing van de regelgeving is aangegeven en als zodanig ook aangegeven zijn bij de besluitvorming.

- Deze aankondiging van een toe te passen terugwerkende kracht niet is aangegeven in de najaarsvergadering in 2001, noch bij de besluitvorming expliciet is aangegeven,

- De regels, vastgesteld door de A.L.V., te beschouwen zijn als “wetten”, zulks voortvloeiende uit het Burgerlijk Wetboek, deel “Van de Verenigingen”

- Het bovenstaande – in combinatie met de primaire eis- duidelijk aangeeft, dat in deze casus de hengst  FIRO van BROUWHUIS op die grond alleen al ten onrechte de deklicentie is ingetrokken.

- De doelstelling onder 4 tweede stip van het verweerschrift juist is, maar dus alleen kan gelden voor hengsten, die na de bewuste A.L.V. van 13 april 2002 juist is, maar niet van toepassing kan zijn op de hengst in deze casus, doch slechts voor hengsten, die na 13 april 2002 voor het eerst tot de dekdienst werden toegelaten.

- De aanvankelijke besluitvorming (alsdan tenminste advisering van de Hengstenadviescommissie) waren gebaseerd op onjuiste(onvolledige) gegevens, aangezien bij de eerste berichtgeving van het Dagelijks Bestuur van  het N.S.P.S. aan eiser een lijstje is toegezonden, waarop de gegevens van 2008 niet volledig, dus onjuist waren weergegeven. Dit neemt niet weg, dat het mogelijk was, dat men die gegevens nog niet voor handen had (late opgave van dekgegevens door huurder, danwel late verwerking in computer) Dit laatste is dan ook correct weergegeven door verweerder in zijn verweerschrift, maar kan dus vervelende consequenties hebben voor de eiser.

- Voor wat betreft de laatste 3 regels bestrijdt eiser, dat tenminste de hengstenadviescommissie in haar advies en de primaire beslissing van het Dagelijks Bestuur onderbouwd waren met alle gegevens betreffende deze hengst, zodat men aldaar reeds fout zat;

- Eiser ontkent niet, dat het mogelijk is dat het secundaire besluit van het Dagelijks Bestuur wel onderbouwd kan zijn met alle gegevens, maar dan ontbreekt een tweede advies van de Hengstenadviescommissie;

 

RESUMEREND:

De beslissing om de deklicentie van FIRO van BROUWHUIS in te trekken per 2009 is op diverse gronden, zoals verwoord in de eis, alsmede bovenstaande conclusie van repliek ten onrechte geschied en dient dan ook door Uw Commissie te worden vernietigd, waarbij het dagelijks Bestuur de opdracht behoort te krijgen, dat de deklicentie voor 2009 dient te worden verleend voor deze hengst.

 Met verschuldigde eerbied,

 J. Jansma,

Nieuwstraat 7

5314 BP Bruchem


Dossiernummer: 2009-03

 

BINDEND ADVIES

 

Van de Commissie van Beroep van het Nederlands Shetland Pony Stamboek

in het geschil tussen: 

J. JANSMA, h.o.d.n. “Stal Weytendael”, wonende te 5314 BP Bruchem aan de Nieuwstraat 7, hierna te noemen: Jansma

en

de vereniging Nederlands Shetland Pony Stamboek, gevestigd te Zutphen, verder te noemen: NSPS.

 

Behandeling van het geschil

Jansma heeft beroep ingesteld tegen de besluiten van 28 oktober 2008 en 4 december 2008 van resp. het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van NSPS om ingaande 2008 geen deklicentie binnen de fokpopulatie van het stamboek meer te geven voor de hengst Firo van Brouwhuis SB800817.

De Commissie van Beroep heeft kennis genomen van de volgende overgelegde stukken, deels op verzoek van Jansma door NSPS aan Jansma toegezonden:

 

-          Ongedateerd Beroepschrift van Jansma, ten kantore van NSPS op 19 januari 2009 ontvangen;

-          Brief van 28 oktober 2008 met bijlage van NSPS aan Jansma, houdende de beslissing voor de hengst ingaande 2009 geen   deklicentie binnen de fokpopulatie van het stamboek meer te geven;

-          Brief van 11 november 2008 van Jansma aan NSPS inzake intrekking van de deklicentie;

-          Verweerschrift NSPS d.d. 4 februari 2009, met de volgende bijlagen;

-          Overzichten met fokkerijresultaten (bijlagen 1 en 2);

-          Verslag van de Algemene Ledenvergadering van 13 april 2002 (bijlage 3);

-          Richtlijnen I van het Keuringsreglement (bijlage 4);

 

Onderwerp van het geschil

Jansma voert voor zijn beroep twee stellingen aan, namelijk A. ten aanzien van de regelgeving en B. ten aanzien van de advisering door de hengstenadviescommissie.

 

Ad A stelt Jansma:

1.        De hengst is goedgekeurd voor de dekdienst in 1993 onder het toen vigerende fokplan, in 1992 vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van NSPS;

2.        In onder “1” bedoeld fokplan is geen eindtermijn opgenomen voor wat betreft het voldoen aan de getalscriteria zoals gesteld in Richtlijnen I;

3.        Tijdens de ALV van 13 april 2002 is een wijziging in onder “1” bedoeld fokplan aangebracht, welke wijziging inhoudt dat na maximaal vier jaar de situatie per hengst wordt beoordeeld, ook dat ieder jaar de index opnieuw wordt berekend en dat aan de hand van de berekening door de fokleiding een beslissing wordt genomen;

4.        Gelet op de onder “3” bedoelde wijziging, kan de goedkeuringstermijn worden bekort, maar dat kan niet gelden voor die hengsten die tot en met 2002 zijn goedgekeurd onder de werking van het onder “2” bedoelde fokplan. Die wijziging in het fokplan van 1992 kan slechts gelden voor hengsten die zijn goedgekeurd voor de eerste maal na de wijzigingsdatum. Men kan, zo stelt Jansma, de spelregels niet wijzigen tijdens de wedstrijd;

5.        De hengsten die voor 2003 zijn goedgekeurd onder het fokplan van 1992 kunnen, zo stelt Jansma, niet vallen onder bekorting van de goedkeuringstermijn;

 

Ad B stelt Jansma:

6.        Door de hengstenadviescommissie is bij de advisering deels uitgegaan van onjuiste gegevens, wat zijn weerslag vindt in de primaire beslissing van het Dagelijks Bestuur. In die primaire beslissing is uitgegaan van het aantal dekkingen in 2007 en 2008, voor beide jaren: 0, terwijl de juiste getallen waren: dekkingen 2007: 1, merrie is dragend ge-exporteerd naar Finland, dekkingen 2008: 8;

7.        De hengst staat nu weer in de belangstelling, omdat hij voor 2008 en 2009 is verhuurd aan de heer C. Jansen te Moerstraten, die de verplichting op zich heeft genomen om de veulens etc. te tonen op de premiekeuringen, zodat de hengst alsnog aan zijn aantallen zal voldoen;

8.        Ten aanzien van de getalscriteria refereert Jansma aan wat daarover in Richtlijnen I is opgenomen:

“Indien vier jaar na het afstammelingenonderzoek een onvoldoende aantal afstammelingen van de hengst zijn beoordeeld om duidelijkheid te verschaffen over de fokwaarden van de hengst, maar de hengst wel in de belangstelling van de fokleiding blijft staan, kan de deklicentie van de hengst telkens voor een jaar worden verlengd tot het moment, dat er een voldoende aantal nakomelingen zijn beoordeeld die een definitieve beslissing omtrent de deklicentie van de hengst rechtvaardigen. Voor hengsten waarvan, nadat ze uit een vierjarige termijn zijn gekomen, gedurende vier jaar de deklicentie telkens voor 1 jaar werd verlengd omdat ze niet aan de getalscriteria voldeden, wordt na deze vier jaar een tussenbalans opgemaakt. Van hengsten die dan een berekende exterieurindex hebben die lager is dan 9,0 wordt de deklicentie voor 1 jaar verlengd…….etc. en dan volgt een deel dat op de situatie van toepassing is op hengsten die zijn goedgekeurd m.i.v. 2003”;

9.        De hengst Firo van Brouwhuis is de eerste bij welke men afwijkt van de regels:  “index boven 10 handhaven, index tussen 9 en 10 bespreken (in keuringsrichtlijnen, aldus Jansma,  staat zelfs handhaven (zonder uitzondering), Exterieurindex onder 9 deklicentie intrekken”;

10.     Jansma stelt dat als het bestuur de beslissingen handhaaft, sprake is van een onrechtmatige daad jegens hem, ook dat de hengstenadviescommissie op basis van deels onjuiste gegevens in het overzicht van de nakomelingen van Firo van Brouwhuis een advies tot intrekking van de deklicentie van deze hengst heeft afgegeven. De fokindex was 10,57, dus ruim boven de vereiste 10.  Het dagelijks en het algemeen bestuur hebben het advies overgenomen, waarbij zij zijn voorbijgegaan aan het feit dat de wijziging in de keuringsrichtlijnen van 2002 voor Firo van Brouwhuis niet kunnen gelden. De deklicentie, aldus Jansma, is ten onrechte ingetrokken;

11.     Jansma stelt dat als het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur de hier aangevallen besluiten handhaven, er geen rechtsgelijkheid meer bestaat en de hengstenhouder in voorkomende gevallen afhankelijk is van willekeur;

 

NSPS voert, samengevat,  het volgende verweer:

13.     De onderhavige hengst heeft per HK 1994 zijn eerste deklicentie ontvangen onder het toen vigerende fokplan. Met verwijzing naar de bijlagen 1 en 2 bij het verweerschrift, blijkt dat in 1994 voor het eerst dekkingen (18) zijn geregistreerd en dat vanaf 1995 de eerste veulens zijn gemeld (10). Het in 1992 vastgestelde fokplan is voor het eerst toegepast op hengsten die vanaf de HK 1993 een eerste deklicentie ontvingen. De hengst Firo van Brouwhuis behoorde tot de tweede jaargang hengsten die onder het regiem van het fokplan 1992 zijn gekeurd;

14.     De regels van het fokplan zijn regelmatig geëvalueerd en soms bijgesteld, bijv. in 2002 . Toen heeft evaluatie geleid tot het besluit van de ALV van 13 april 2002 om een limiet te stellen aan het steeds maar blijven verlengen van een deklicentie in gevallen dat door een hengst niet wordt voldaan aan gestelde criteria en het aantal nakomelingen dat wordt aangeboden op premiekeuringen. Besloten werd bij hengsten die 4 jaar na het verstrijken van de vierjarige termijn nog niet voldeden aan de getalscriteria, de deklicentie in te trekken indien de berekende fokindex minder dan 9 is. Indien de fokindex op dat moment 9 of hoger is, kan voor maximaal 4 jaar de licentie worden verlengd om alsnog aan de getalscriteria te voldoen. Zakt in deze verlengingsjaren de fokindex onder het niveau van 9, dan wordt de deklicentie in dat jaar alsnog ingetrokken. Na maximaal 4 jaren moet er op grond van dan beschikbare gegevens over de gerealiseerde aantallen een definitief besluit worden genomen. Dit besluit van de ALV is vastgelegd in Richtlijnen I van het Keuringsreglement;

15.     Per HK 2009 gold o.a. voor de hengst Firo van Brouwhuis dat op basis van het geldende fokplan 1992 het maximale aantal verlengingsjaren (2 x 4 jaren) is bereikt en dat er een definitief besluit moest worden genomen. De onderhavige hengst voldeed op één of meer punten niet aan de reglementair gestelde getalscriteria, zodat de deklicentie ingaande 2009 is ingetrokken;

16.     De stelling van Jansma dat het in 1992 genomen besluit tot  maximalisering van het aantal verlengingsjaren niet zou gelden voor hengsten die vňňr 2002 reeds een eerste deklicentie hadden onder de voorwaarden van het fokplan 1992, snijdt volgens NSPS geen hout, omdat in bedoeld besluit geen voorbehoud is gemaakt voor hengsten die in 2002 of eerder een deklicentie ontvingen, ook dat het doel van het maximaliseringsbesluit was om niet “oneindige” tijdelijke verlengingen te verstrekken en theoretisch (samengevat) tot in lengte van jaren met verlengingen te moeten werken zonder definitief besluit;

17.     De besluitvorming, stelt NSPS, heeft plaatsgevonden op basis van de beschikbare actuele gegevens. De stelling van Jansma dat is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens is niet correct. De meeste gegevens over de dekkingen in 2008 worden vaak pas in de loop van oktober en november aangereikt. Na verwerking in de administratie worden de getallen en resultaten geprint. Afhankelijk van de printdatum zijn de gegevens meer of minder compleet voor dat jaar.

18.     NSPS stelt dat overigens de dekgegevens geen rechtstreekse rol spelen bij de beoordeling van de fokkerijresultaten. De beoordeling moet reglementair worden gebaseerd op het aantal aangevoerde nakomelingen op keuringen en bij stamboekopnames en over behaalde resultaten bij keuringen. Die gegevens zijn volgens de bij reglement bepaalde richtlijnen bepalend voor de besluitvorming over de verdere fokkerijcarričre van een hengst. Er wordt niet geadviseerd of beslist voordat alle keuringsgegevens van nakomelingen  voor dat jaar zijn verwerkt;

 

Beoordeling van de grieven van Jansma

  

Gelezen de stukken, heeft de commissie het volgende overwogen:

 De commissie stelt vast, dat in de beslissing van NSPS d.d. 28 oktober 2008 een verschrijving staat. Waar staat dat ingaande 2008 geen deklicentie meer wordt gegeven, had het jaartal 2008 moeten zijn: 2009.     

 

A.      Ten aanzien van de regelgeving:

Niet in geschil is dat de tijdens de ALV van 13 april 2002 aangebrachte wijziging in het fokplan beoogde een limiet te stellen aan het steeds maar verlengen van een deklicentie in gevallen waarin door een hengst niet wordt voldaan aan gestelde criteria om (opnieuw) een deklicentie te krijgen. Met dat doel, de limietstelling, verenigt zich niet dat hengsten die vňňr de wijzigingsdatum zijn goedgekeurd, buiten de limietstelling zouden vallen. Dat is zo’n belangrijke uitzondering op de algemene regel van de limietstelling, dat de leden zich daarover tijdens de ALV van 13 april 2002 hadden moeten uitspreken. Blijkens de notulen is dat niet gebeurd.

Gelet op het bovenstaande, passeert de Commissie de stelling van Jansma dat de hengst Firo van Brouwhuis buiten de wijziging van 13 april 2002 zou vallen.

 

B.       Ten aanzien van de (on)juistheid van de gegevens van de hengstenadviescommissie:

Niet in geschil is dat de fokindex van de hengst Firo van Brouwhuis 10,57 is. Kern van de vraag is, waarom desondanks voor bedoelde hengst geen deklicentie meer is gegeven. De commissie is van oordeel dat dit ten onrechte niet is gebeurd, op grond van het volgende:

NSPS gaat er van uit dat bedoelde hengst čn aan de fokindex moest voldoen (getal boven “10”) čn aan bepaalde getalscriteria om te worden goedgekeurd. Ten onrechte, omdat nergens staat genoteerd dat op grond van bepaalde minimumaantallen en op welk tijdstip, moet worden afgekeurd. Zolang over dat tijdstip niets is opgenomen in de Richtlijn I, is er op dat punt een onduidelijkheid die niet ten nadele van de eigenaar van een hengst mag strekken.

De commissie is van oordeel dat de feitelijke situatie nu is dat de hengst Firo van Brouwhuis als (tijdelijk) goedgekeurd moet worden beschouwd voor de periode van een jaar, telkens met een jaar te verlengen, totdat hij aan de vereiste aantallen nakomelingen heeft voldaan. Op dat moment zal een definitief besluit moeten worden genomen.

Gelet op dit oordeel, komt de commissie niet meer toe aan de overige (delen van) stellingen van Jansma toe.

 

Beslissing

De commissie vernietigt het besluit van NSPS om de hengst Firo van Brouwhuis ingaande 2009 geen deklicentie binnen de fokpopulatie van het stamboek meer te geven en beslist dat de hengst als (tijdelijk) goedgekeurd moet worden beschouwd voor de periode van een jaar, telkens met een jaar te verlengen totdat hij aan de vereiste aantallen nakomelingen heeft voldaan waarna een definitief besluit moet worden genomen.

 

De commissie bepaalt dat door Jansma betaalde procedure kosten, door NSPS aan hem dienen te worden terugbetaald.

    

Aldus beslist door de CvB van het Nederlands Shetland Pony Stamboek, bestaande uit:

Mr. K. Woud, voorzitter

J. van Beek, I. Bos, drs. J.C.M. van Dijck, J.G.W. Kuipers. Leden,

De handtekening van het commissielid J.G.W. Kuipers ontbreekt door verblijf in het buitenland. Hij kent de  inhoud van het bindend advies en heeft zich daarmee telefonisch jegens de voorzitteer akkoord verklaard.

  

Zutphen, 20 maart 2009

 


Uit de beslissing op het bezwaarschrift blijkt, dat de commissie van Beroep van mening is, dat door de ALV op 13 april 2002 bij de aangebrachte wijziging in het fokplan had moeten bepalen, dat hengsten, die voor die datum goedgekeurd zijn eveneens onder die regeling moeten vallen en nu dat niet gebeurd is zij( de commissie) van mening is, dat men dan kan stellen, dat zij de stelling van eiser kan passeren, dat de hengst FIRO van Brouwhuis buiten deze regeling zou vallen.

Hier gaat de commissie juridisch al de fout in. Zij had moeten constateren, dat de gewijzigde regels (13-4-2002) alleen mochten worden toegepast voor hengsten, die voor het eerst werden goedgekeurd na de wijzigingsdatum (22-4-2002).

De hengsten, die voor die datum voor het eerst werden goedgekeurd vielen nog onder de oude regeling.

Uit de beslissing van de Commissie valt op te merken, dat de commissie de zogenaamde teleologische uitleg wil volgen, hetgeen op zich ook juist kan zijn, maar dat nooit een terugwerkende kracht kan hebben.

Het is in wet- en regelgeving een doodzonde als men regels opstelt met een terugwerkende kracht, als door die regels personen en/of zaken in een (niet)voorzienbare benadeelde positie komen.

Bij de eerste goedkeuring van Firo was deze situatie niet te voorzien.

Vandaar, dat men de spelregels niet tijdens de wedstrijd mag wijzigen.

Het had de commissie gesierd, als zij dat standpunt duidelijk hadden onderschreven.

Verder dient als kritiek-punt te worden opgenomen, dat de commissie niet is ingegaan op de Conclusie van Repliek. Ondanks de voor eiser gunstige uitspraak heeft hij daarnaast nog een paar aandachtspunten voor het Bestuur van het NSPS

  1. De integriteit van de leden van de commissie wordt door eiser niet betwist, maar is deze commissie wel echt onafhankelijk?
  2. Om alle schijn van afhankelijkheid teniet te doen, dient m.i. de commissie voor tenminste de meerderheid te bestaan uit personen, die niet stamboek gebonden zijn.
  3. Is er een reglement van orde voor deze commissie? Zo ja, dan dient deze openbaar gemaakt te worden, zo niet, dan dient deze alsnog vastgesteld te worden.
  4. In dat reglement, kan dan meteen opgenomen worden. Dat de besluiten van de commissie slechts behoeven te worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Dit bevordert wel een snelle afwerking.

Tot slot nog dit:

Het zal niet zoveel voorkomen, maar enkele gevallen zoals bij Firo verwacht ik wel.

Ik hoop, dat het Bestuur van het NSPS dan op een correcte manier met die”probleemgevallen” omgaat .

 

J. Jansma